De overheid roept voor de beveiliging van (semi-)openbare ruimtes als winkelcentra, bedrijventerreinen, straten en pleinen steeds vaker de hulp van particuliere beveiligers in. Paradoxaal genoeg schieten Justitie en politie als vanouds in een kramp als deze private ondernemers zelf om meer van dit soort taken aankloppen.
Begin deze maand zorgde voorzitter Tjibbe Joustra van de Vereniging Particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (VPB) voor beroering door te stellen dat particuliere beveiligers meer taken moeten krijgen die de politie nu noodgedwongen laat liggen. Hoewel hij tevens oordeelde dat aan het geweldsmonopolie van de politie in beginsel niet valt te tornen, gaf hij toe al met het ministerie van Veiligheid en Justitie in gesprek te zijn om dit alleenrecht ‘in specifieke gevallen op te rekken’ en de schroom daarover te laten varen. Zo zou het voortaan ook particuliere beveiligers gegund moeten worden om een winkeldief na aanhouding te boeien en vast te zetten totdat de politie arriveert.
De politie laat bij monde van onder meer vakbond ACP weten het ‘onacceptabel’ te vinden als de overheid haar geweldsmonopolie met particuliere beveiligers zou delen. Volgens de bond moet met de geweldstoepassing richting burgers (‘boeien, in hechtenis zetten en/of meenemen naar een andere locatie voor verhoor’) juist zorgvuldig worden omgegaan. ‘Die toepassing is aan strikte regels gebonden. De politieopleiding duurt niet voor niets vier jaar,’ wijst de bond op de wisselvallige kwaliteit van sommige particuliere beveiligers. ‘De grenzen tussen de domeinen van de politie en overige handhavers van openbare orde en veiligheid moeten niet vervagen. De politiek moet daarom duidelijk aangeven wat aan het bedrijfsleven kan worden overgelaten.’ MKB-Nederland staat naar eigen zeggen sympathiek tegenover elk initiatief dat de veiligheid van haar leden bevordert, maar plaatst de opmerkingen van Joustra vooralsnog onder de noemer ‘proefballonnen’.
Detailhandel Nederland is stelliger. Zij stelt dat het optreden in orde- en veiligheidszaken vooraleerst een zaak van de politie is en als dit niet langer lukt, dat dan de politiek zich er opnieuw over moet buigen. ‘Wij zien dus niets in met handboeien en eventueel wapens uitgeruste particuliere beveiligers, wier kwaliteit,’ zo stelt de belangenbehartiger eufemistisch, ‘verschillende gradaties kent’. De VPB laat weten dat de woorden van Joustra verkeerd begrepen zijn. ‘Natuurlijk willen wij niet met kalasjnikovs lopen,’ nuanceert woordvoerder Carlo Cahn de volgens hem volkomen kromgetrokken beeldvorming. ‘Beveiligers zijn geen agenten en dat willen ze ook niet zijn. We willen de politie juist ondersteunen in die taak waarvoor ze steeds minder ruimte heeft: onveiligheid bestrijden. Denk daarbij aan zoiets als de verkeersveiligheid, de arrestantenzorg of eenvoudig toezicht op straat of in een woonwijk, zodat de politie de handen vrij heeft om zich volledig op de aanpak van de zware criminaliteit te storten.’
De branchevereniging van particuliere beveiligers constateert echter nog steeds koudwatervrees bij Justitie en politie als beveiligers om meer taken en bevoegdheden vragen. Beveiligingsconcerns G4S en Trigion – samen met Securitas hebben zij zeventig procent van de particuliere beveiligingsmarkt in Nederland in handen – onderschrijven dit. Volgens G4S-zegsman Van der Poel is het een ‘starre, dogmatische houding’ waar amper aan te wrikken valt. Trigion-woordvoerder Franken wijt dit vooral aan een invloedrijke groep ambtenaren die Justitie en politie achter de schermen deze principiële stellingname aanpraat. ‘Er wordt geredeneerd vanuit bedreigingen, niet vanuit kansen. Let op mijn woorden: dezelfde mensen gaan zich zo verzetten tegen de nieuwe nationale politie, dat de dienst voortdurend tegen vertraging oploopt.’
De beveiligingsbranche noemt de sceptische houding ten opzichte van de particuliere bureaus bovendien hypocriet, omdat de overheid voor veiligheid allang, en steeds vaker, een beroep doet op private partijen, die niet zelden stadswachten en BOA’s leveren. En met het verwijt als zou de kwaliteit van deze particulieren weinig consistent zijn, kan ze eveneens niets. ‘Je bent op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) pas beveiliger als je eerst uitvoerig op betrouwbaarheid en vakbekwaamheid bent gescreend,’ stelt Cahn. ‘Het antecedentenonderzoek wordt tevens driejaarlijks herhaald. Trouwens: de politie geeft die pasjes af. Zij moppert dus op datgene waar ze nota bene zelf toezicht op heeft.’
Ronald van Steden, universitair docent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit, plaatst niettemin vraagtekens bij de Wpbr. Als beveiligers politietaken overnemen ontstaat er volgens hem een totaal nieuwe situatie waarop de wet nauwelijks vat heeft. ‘Toen de Wpbr in 1999 in werking trad, werkten de beveiligers nog vooral in winkelcentra en op bedrijventerreinen, nu opereren zij steeds vaker in het openbare domein van straten en buurten.’ Van Steden, die eind 2007 promoveerde op particuliere beveiliging, predikt daarom in ieder geval terughoudendheid als het gaat om de overdracht van (het fysieke deel van) het geweldsmonopolie aan private beveiligers. Volgens hem heeft de overheid dit alleenrecht niet voor niets: ‘Het uitdelen van klappen,’ zo stelt hij het plastisch, ‘moet democratisch geborgd blijven.’ Van Steden kijkt sowieso kritisch naar de explosieve groei van de beveiligingsbranche in het (semi-)publieke domein. Niet alleen de grote steden kopen die controle in, ook steeds meer kleinere gemeenten bedienen zich van deze flexibele en relatief goedkope particulieren, ter invulling van die taken die de politie om personele redenen moet laten. ‘Zonder goed toezicht maken steeds meer particuliere bedrijven deel uit van wat politiek en samenleving hoog in het vaandel hebben staan: veiligheid. Meer blauw op straat wordt te koop aangeboden door partijen voor wie uiteindelijk marktwerking de bepalende kracht is.’
Los van dit eventuele gevaar, noemt voormalig hoogleraar Strafrecht en oud-politie-inspecteur Jan Naeyé het een ‘logisch proces’ dat steeds meer particuliere beveiligers het werk overnemen van de politie. ‘Vroeger deelden agenten parkeerboetes uit of waren ze verantwoordelijk voor zoiets als de sleepdiensten. Korpsen stoten nu eenmaal taken af of trekken die weer aan. Het zijn golfbewegingen die ontstaan als er minder geld beschikbaar komt voor het te verrichten werk.’ Maar wat mag van al die beveiligers, straatcoaches, stewards, portiers of hoe de ‘V’tjes’ in winkelcentra, voetbalstadions, pretparken en in toenemende mate ook op straten, pleinen en treinstations allemaal mogen heten, eigenlijk verwacht worden? En hoe kun je als burger de eigen burgermansplicht invullen? Bij veel mensen leeft immers de gedachte dat ‘we’ ons niet mógen beschermen tegen kwaadwillenden. Een onterechte gedachte, weet Naeyé. ‘Ieder persoon op het Nederlands grondgebied, van ambteloos burger of medewerker van een particuliere bewakingsdienst tot toerist of asielzoeker, beschikt over dezelfde heterdaadbevoegdheden als de politie. Beveiligers, slachtoffers en voorbijgangers mogen dus ingeval van betrapping op heterdaad iedere verdachte aanhouden, oftewel burgerarrest.
Als de verdachte ervan door gaat, mogen ze die tevens op alle plaatsen volgen, behalve in een woning zonder toestemming, en de eventuele buit of wapens in beslag nemen. Én een zekere mate van geweld toepassen om de verdachte, in afwachting van de komst van de politie, onder controle te houden of om eventueel verzet te breken.’ Volgens G4S-woordvoerder Van der Poel bestaat over dit ‘geweld’ nog wel onduidelijkheid. Zo mogen particuliere beveiligers iemand in de openbare ruimte pas fouilleren nadat medewerking van de betreffende persoon is gevraagd. En als de verdachte doodleuk weigert en doorloopt, mag de beveiliger deze niet tegenhouden. In private ruimtes zoals winkels mogen zij tegen overtreders van de vooraf duidelijk gestelde regels en voorschriften wél optreden. ‘Maar de wet zegt niets over die vijf minuten voordat wij de verdachte overdragen aan de politie,’ weet hij. ‘Mogen wij, of de burger, ter overbrugging van die tijd bijvoorbeeld op een hevig spartelende winkeldief gaan zitten?
Dit soort twijfelgevallen houdt ons optreden vaag.’ Collega Franken weet het preciezer: ‘Volgens het Wetboek van strafvordering mag de verdachte in een zogeheten opbrenggreep worden vastgehouden. Wel moet de verdachte ten spoedigste worden overgedragen aan de politie.’ Over de telkens oplaaiende discussie om het geweldsmonopolie van de overheid te doorbreken en ook particuliere beveiligers uit te rusten met handboeien en wapens, is hij al even duidelijk: ‘De beveiligingsbranche is wars van wapens en geweld. Wij signaleren, alarmeren en rapporteren slechts.’ Hoewel. ‘Misschien dat je OVcontroleurs pepperspray kunt geven, omdat zij dagelijks met geweldsincidenten te maken hebben,’ vult Van der Poel aan. ‘En wellicht moeten geldwaardetransporteurs een wapen dragen’, wijst hij op een overval waarbij een van zijn medewerkers in brand werd gestoken. ‘Nu horen we bij een roofaanslag eerst ons eigen hachje te redden of de daders met praten op andere gedachten te brengen. Aan de andere kant vallen er in ons land bij overvallen op geldwagens gemiddeld minder dodelijke slachtoffers dan in de ons omringende landen, waar beveiligers wél een pistool bij zich dragen. Particuliere beveiliging in Nederland nu enigszins tandeloos? Laat ik het zo zeggen: wij zitten soms in de frontlinie zonder wapens.’
Bron: SC Online