Een winkelverbod in de Nederlandse taal moet volstaan. Dat is de conclusie van een debat in de Tweede Kamer met staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid). Detailhandel Nederland verwacht dat discussies over een vermeende ‘vertaalplicht’ van het winkelverbod hiermee tot het verleden behoren.
Winkeliers leggen steeds vaker een winkelverbod op. Een nieuw fenomeen is echter dat criminelen zich aan het winkelverbod willen onttrekken door te stellen geen Nederlands te spreken en dus niet te weten eraan gehouden te zijn. Die gewiekstheid zet zelfs officiële instanties op het verkeerde been. Herhaaldelijk hebben winkeliers van politie en justitie te horen gekregen dat zij het winkelverbod moeten vertalen in de moedertaal van de crimineel. Staatssecretaris Teeven heeft vandaag tijdens het mondelinge vragenuurtje in de Tweede Kamer toegezegd deze zaak uit te zoeken en aangegeven dat een vertaalplicht voor winkeliers nooit de bedoeling kan zijn.
Detailhandel Nederland is blij met deze steun. Sander van Golberdinge, secretaris Winkelcriminaliteit van Detailhandel Nederland: “Winkeliers kunnen hun woordenboeken gelukkig thuis laten”.
Systematiek van het winkelverbod
Bij een winkelverbod wordt een dief of overlastgever voor een bepaalde periode de toegang tot de winkel ontzegd. Wanneer iemand met zo’n verbod evengoed de winkel binnenkomt, is sprake van lokaalvredebreuk.